Superguppie

De Superguppie-boeken staan vol frisse sprankelende gedachtesprongversjes met hinkstapsprongtekeningen, van een bekroond en bejubeld duo. Wat Edward en Fleur doen, doen ze goed. Dat blijkt uit de vele verkochte boeken, maar ook uit de prijzenkast: de Woutertje Pieterse Prijs natuurlijk, de Zilveren Griffel en de Vlag en Wimpel. Het zijn korte en toegankelijke gedichten, grappig én ontroerend, steeds treffend geïllustreerd door Fleur van der Weel.

Lees hier twee versjes en lees wat de pers schrijft over Superguppie.

Superguppie

GUP
Alle guppies die ik had
zwemmen nu
in onze kat –
nou ja, waarschijnlijk zijn ze dood.
Hij viste zo,
zo,
met zijn poot.
Er is er één maar die hij miste.
Oh – omdat hij zich vergiste?
Katje dom en van de tel?
Of zwom die ene veel te snel?
Maakt niet uit,
kan me niet schelen:
Liever dan dat hele kluppie
heb ik deze in z’n uppie.
Superguppie in mijn kom.
Er nog zijn –
daar gaat het om.

VERKEER
Dit is de supermarkt,
dit is verkeer.
Wagens en weggetjes,
doorgaan maar weer!
Rechts is de chips, mama,
links is het brood.
Rechts moet dus voorgaan
en links loopt dus dood.
Ik weet de weg,
want die moet ik wel weten:
ik ben de taxichauffeur van het eten.
Ik ben de motor,
en ik ben de wielen.
Op naar de kassa,
en ja hoor!
Een file.

 

In de pers:

‘Superguppie, een bundel geestige en aanstekelijk grappige versjes voor jonge kinderen van Edward van de Vendel, met al even bijzondere illustraties van Fleur van der Weel, viel vorig jaar terecht uitvoerig in de prijzen.’ – De Standaard

‘Dat kleuterpoëzie niet melig hoeft te zijn bewijzen de Superguppie-gedichten van Edward van de Vendel. … De illustraties zijn sober, maar krachtig. Van der Weel legt accenten en vertelt geregeld een eigen verhaal, los van het gedicht. … Hamlet in een vissenkom. Vier sterren’ – De Standaard

‘De grappigste en toegankelijkste kindergedichten’ – J/M

‘Wat een onbevangenheid, wat een speelsheid en wat een geestig vernuft. […] Neologismen, humor en ongekend taalplezier: geen kind mag deze gedichten onthouden worden. Wie zo voor het eerst op poëzie wordt getrakteerd, kan voor eeuwig verslaafd raken.’ – Tubantia